ARTIESTEN

Gendos –improvisatie/ moderne sjamaan (Tuva).  
Sergei Charkov met zijn dochter Yulia Charkova–trad. muziek en (keel)zang (Khakassië). Sergey is ook een houtsnijder en beroemde instrumenten maker, oa. van sjamanentrommels.
Raushan Orazbaeva (Kazakstan)-trad/klassiek instr.muziek.
Almas Almatov - meester v.d. epische zang uit Aral Zee regio met een leerling. 
Jusup Aisaev- multi-instrumentalist uit Kirgizië. 
Urkash- manaschi, epos verteller uit Kirgizie 
Sainkho Namtchylak – van traditioneel tot. geïmproviseerde zang (Tuva).

Gulzada Seitkhalin – kunstenaar bordurentechnieken en ornamenten uit Kazakhstan: het maken van tuskiiz, traditionele muurkleed voor in de nomadentent.

__________________________________________

 

Almas Almatov

Eposzanger uit Kazakhstan. Op dit moment is Almas Almatov de meest belangrijke uitvoerder van de episch zang zhir uit West Kazakhstan, Aral Zee regio. Volgens Kazakhse traditie de muziek was gecreëerd door mythologische Korkyt, de eerste shaman en de eerste zhirau (eposverteller). De historische Korkyt leefde rond de tiende eeuw in de bazin van de rivier Syrdarja en was opgeroepen tot heiligdom. 
Almas Almatov is een navolger van de traditie van Korkyt.
Hij is geboren in 1957 in Kzil-Orda, waar hij nog steeds woont met zijn vrouw. Almas is overtuigd dat zhirau zijn is een lot, wat ook grote verandwoordelijkheid in de ogen van het volk inhoudt. 
Zhirau is een bewaker en doobrenger van kennis van voorouders, de historische feiten en mythen, van de volksethie
k. Zhirau combineert spirituele en aardse leven. Vanaf de tijd van het ontstaan zhirau hadden zowel de staat leiders als het volk beïnvloedt. Door de enorme emotionele kracht waren zhirau in de tijd van de oorloog bij de leger betrokken als priesters en commissarissen. In de Sovjet tijd waren ze gerepresseerd en op sociaal niveau waren ze vernederd tot amateur kunstclubjes.
Na de perestrojka in de Sovjet Unie krijgen ze langzamerhand de verloren eer terug.
Almas Almatov doceert aan de Universiteit van Kyzyl-Orda, waar hij ook wetenschappelijk onderzoek naar de zhir traditie uitvoert.
Meer dan 100 jonge zhiaru-leerlingen zijn bij hem afgestudeerd op traditionele wijze met een door de staat herkende diploma. Een uniek verschijnsel in de wereld – opleiding van de eposvertellers met een diploma.
Almas heeft overal in de wereld opgetreden, meest recent op Silk Road Smithonian Folkways Festival in Washington. Zijn zhirau was opgenomen op een officiële CD van de Festival. De Aga Khan Trust For Culture noemt Almas een van de meest belangrijke artiesten en wetenschappers in Centraal Azië van deze tijd. Zijn muziek was uitgegeven
De zhir wordt met speciale techniek gezongen, zogenaamd komej, waar de keel wordt gespannen voor een krachtig stem. Almas voegt veel melismatische ornamentatie toe.
Hij begeleidt zijn zang met dombra, een tweesnarige luit, een meest belangrijk Kazakhse instrument, die hij als meester beheerst.
Zijn optreden is indrukwekkend en overtuigend. Het voelt alsof de waaien van Syrdarja steppen meezingen met Alma
s.

(naar boven) (home)

 

Raushan Orazbaeva


is een virtuoso kyl-kobyz* speler uit Kazakhstan.

Zij komt uit een miziekale familie in Kzil-Orda, West Kazakhstan. Geboren in 1973, Raushan leerde kyl-kobyz muziek al in de leeftijd van 9. Vanaf 1983 begon ze haar muziekale opleiding: eerst in de Achmet Zhubanov School en daarna in Almaty Conservatorium, de belangerijkste instelling voor de Kazakhse traditionele muziek.
Raushan speelt klassieke Kazakhse küys. Küy is een instrumentale muziekstuk, gecomponeerd of volks-, die voor een bepaalde instrument was gecreerd (b.v.b. de dombra, kazakhse luit, heeft ontelbaar aantal küys). Küy is een sprookje, een legende, emotioneel of zinnelijk beeld vertaald in de muziek. Voor de ervarende speler is er veel ruimte voor improvisatie. Het talent om eigen interpretatie van de bestaande küys te uitvoeren of de nieuwe te componeren worden zeer hoog gevardeerd.
De eerste en de oudste bekende küys zijn de kyl-kobyz kuys. Ze worden aan Korkyt toegeschreven, die in de Kazakhse mythologie ook de eerste shaman en de schepper van de muziek is, een soort Orpheus van de Kazakhen. Door deze shamanistische wortels van kyl-kobyz kuys wordt er van de muziekant bijzondere gevoeligheid gevraagd. Raushan’s repertoire houdt deze oeroude Korkyt kuys in, maar ook die van Sugur en Ykhlas, de componisten van de 19de eeuw. Verder, heeft Raushan een aantal van de klassieke dombra kuys voor kyl-kobyz geinterpreteerd. 
Raushan won vele prijzen bij de concoursen in Kazakhstan en Turkmenistan. Zij heeft in vele landen opgetreden: Italië, Spanje, Frankrijk, Malaysia, Turkijë, Iran.

*KYL-KOBYZ is een twee-snarige vedel, die wordt uit één stuk hout gemaakt. De twee snaren bestaan uit tientallen dunne snaartjes. Door het licht aanraken van de snaren kan de speler een heel breed bereik boventonen uittrekken (flageolet techniek). Op de binnekant van de geluidsdoos wordt er een spiegel geplaatst. Op de nek hangen er metalen objecten, die tijdens het spelen af en toe ringen. Het wordt gezegt dat tot het begin van de twintigste eeuw was kyl-kobyz alleen door de shamanen gespeeld.
“Gestoken in een schitterend groen fluwelen gewaad vol borduursels en een met veren getooide bontmuts op het hoofd, bespeelde Raushan Orazbaeva uit buurland Kazachstan de kyl-kobyz, een cello-achtig strijkinstrument met twee snaren. Al bij de eerste klanken werd duidelijk dat het hier geen volksmuziek betreft maar een schoolse klassieke traditie, die in raffinement en nuance vergelijkbaar is met de Perzische of Indiase klassieke muziek. Als eerste speelde ze een stuk van Korkyt, een componist uit de elfde eeuw. Orazbaeva is een moderne, academisch geschoolde musicus die behoort tot de eerste vrouwelijke solisten in een nog steeds door mannen gedomineerde muziekpraktijk; het bespelen van de kyl-kobyz was tot een eeuw geleden voorbehouden aan sjamanen.
Na enkele negentiende-eeuwse bewerkingen van traditionele dansmuziek vol speelse dissonanten, gaf Orazbaeva twee demonstraties van een oude traditie uit Kazachstan: imitaties van natuurgeluiden. Haar opvliegende zwanen leken aardig, maar de huilende wolven waren zo echt dat uit de zaal ontladend gelach klonk.”
Copyright: Maas, Ton , Volkskrant

(naar boven) (home)

 

Urkash Mambetaliev

Eposzanger uit Kirgizie

Urkash hoort tot de oude generatie van de “manaschi”, vertellers van de traditionele Kirgizische epos “Manas”, het parel van de vertelkust van Central Azië. Het kan 30 keer zo veel woorden bevatten als “Iliada” van Homerus. Volgens de algemeen geloof, de verteller wordt met een verteltalent geboren of wordt hij gedwongen door de geesten de “Manas” te vertellen. Het wordt gezegd dat manaschi in contact komt met de geesten tijdens het vertellen. Dit maakt de verteller een persoon, die een bijzondere maatschappelijke relevantie krijgt. Manaschi zijn zeer gerespecteerd door de volk en spelen het rol van leraars, filosofen en zieners.

Urkash was geboren in 1934 in ht dorp Taldy-Suu niet ver van de meer Issyk-Kul. Hij werkte vanaf eind jaren 50 in verschillende theaters als acteur en vocalist. Vanaf 2000 overdracht hij de kunst van “Manas” aan de nieuwe generatie in het kader van het project “Manas-Muras” van Unesco. 
Urkash kreeg een zegening van zijn leraar Sagynbaj, een van de grootste manaschi van de 20ste eeuw, die herkende zijn talent.
Een 28 uur lang geïmproviseerde versie van de Manas als het was opgeschreven van de woorden Sagynbaj, was opgenomen door de Staats Radio van Kirgizië en wordt regelmatig uitgezonden.
Urkash is ook een schrijver - 9 boeken met zijn gedichten zijn al gepubleceerd.
Urkash als staat centraal figuur in vele locale en internationale (TV)films over Kirgizische cultuur en de kunst van Manas.
Hij heeft opgetreden in Japan, Italië, Pakistan, China, Afghanistan, Turkije, Zweden, India en de landen van de voormalige Sovjet Unie.

Meer info: http://freenet.bishkek.su/kyrgyzstan/manaschi.html

(naar boven) (home)

 

Jusup Aisaev


Instrumentale muziek uit Kirgizië

Jusup is geboren in 1969 in Narin, Kirgizië. Hij studeerde muziek in verschillende muziekinstellingen in Kirgizië, waar was hij op traditionele wijze opgeleid tot een meesterspeler op Kirgizische instrumenten. Vanaf 1994 doceert hij traditionele muziek aan het Conservatorium van Bisjkek. In 1994 is hij ook een lid geworden van ensemble “Saamal” van de Staatstheater in Bisjkek. Als lid van de theater groep had Jusup opgetreden op een aantal festivals in China, Rusland, Frankrijk, en Ukraine. Vanaf 2002 is hij betrokken bij een project “Trio International” van Zwitserse muzikant Martin Schumacher. In 2005 heeft Jusup zijn eigen ensemble opgericht die presenteert de muziek van de Kirgiezen in al haar muzikale en vocale variëteit. In 2006 is er in Kirgizië een CD uitgegeven van zijn ensemble.

Jusup bespeelt khyl-kyjak (vedel), komus (luit), verschillende soorten fluiten en mondharpen. Hij speelt melodieën van de traditionele liederen, maar grotendeels de instrumentale repertoire van de Kirgizische nomaden, van kyy’s (specifieke instrumentale stukken die om virtuositeit vragen) tot kol ojnotuu (“handenspel” – een acrobatische schouwspel), maar ook de melodieën van traditionele liederen.

 

(naar boven) (home)

 

Sergej en Julia Charkov

Republiek Khakassië, Zuid-Siberië, Rusland

Sergej Tcharkov is een beroemde zanger en chatkan (zither)speler uit Khakassië, een klein republiek van de Russische Federatie, die langs de stroom van de rivier Jenisej in Zuid-Siberie ligt, ten noorden van de Sajan gebergte. De Khakassen, het inheemse oud-turkse volk van deze streek, maken tot 11% (65.000) van de bevolking van de Republiek en behoren tot de nomadische herders - en jagerscultuur van Centraal Azië. Sergej was geboren in de traditionele familie in het dorp Askiz. 

In de traditionele Khakassische muziekcultuur komen verschillende genres voor, die Sergej beheerst als een meester. De meest belangrijk is chai: gezongen epische verhalen alyptyg nymag begeleid op chatkhan (spellen: tsjatchan), een citer met zeven of meer snaren. Khai staat ook voor keelzang of boventoonzang en vroeger werd in principe alleen door mannen gezongen. Boventoonzang is een vorm van zang waarin twee verschillende tonen tegelijkertijd klinken uit dezelfde zanger. Deze bijzondere manier van zingen komt oorspronkelijk van de nomadische volken uit het oostelijke deel van Centraal Azië (bijv. Mongolie, Siberie, Tibet).
Khai als soort zang en chatkhan als instrument zijn kenmerkend voor Khakassische muziek.
Andere muziekgenres zijn takhpakh (een vorm van zang met geïmproviseerde teksten) en yrlar (traditionele liederen).
Sergey hoort tot de beste khai zangers en chatkhan spelers in het land. Als lid van ensembles met internationale naam (Ulger, Sabjilar, Ailanys) heeft hij de hele wereld door opgetreden. Zijn muziek was uitgegeven op CD in o.a. Japan en in de Verenigde.
Als lid van de groep Sabjilar bracht hij de cultuur van Khakassen naar de Silk Road Festival avn Smithonian Folkways in Washington in 2002.
Recentelijk speelt Sergej met zijn dochter Julia die is zeer getalenteerde zangeres, chatkhan speelster en danseres. Samen met zijn dochter heeft Sergej door Engeland getoerd in 2005,. In het zelfde jaar hebben ze deel genomen in Brave Festival in Polen.

Bovendien, is Sergej een beroemde muziekinstrumentenmaker. Zijn chatkhans en sjamanentrommels zijn zeer gelardeerd tussen de kenners van de Siberische muziek.

 

(naar boven) (home)

Gendos

Keelzanger uit Tuva, Zuid Siberië

My eyes ooy! can not see
Bring me ooy! the shaman's hat
I will wear ooy! the shaman's hat
I’m going to ooy! meet the sprits

GENNADY “GENDOS” CHAMZYRYN
Gendos woont in Kyzyl, hoofdstad van de Republiek Tuva, dat deel uitmaakt van de Russische Federatie en ligt aan de bovenloop van de Jenisej, een van de rivieraders van Siberië. Boeddhisme en Sjamanisme zijn hier met elkaar gesmolten. De Tuvaanse regering erkent de beide als staatsreligies. Gennady Chamzyryn is een muzikant, meester en leraar van keelzang, instrumentalist, beeldhouwer in steen en hout. Hij beheerst kargyraa boventoonzang. Kargyraa is de laagste, qua toon, van de basisstijlen keelzang. Dit is nauw verweven met Gendos’ identiteit als sjamaan.
Gennady Chamzyryn is een ongewone eend in de bijt van de Tuvaanse muziekscène. Zijn kunst en mentaliteit zijn diep geworteld in traditie. Zijn grootmoeder was een sjamaan en Gennady volgt in haar voetspoor. Hij ontwikkelde zijn talent, intussen zoekend naar nieuwe oplossingen. Hij was medeoprichter van Biosintez, de eerste Tuvaanse groep die een poging waagde om van de gevestigde cultuur en Sovjetstijl af te wijken. Tegelijkertijd was hij voor een lange tijd een lid van de staats ensemble “Tuva”, die rond de wereld reisde.
Gennady werkte samen met o.a. Sainkho Namchilak, Ken Hyder en Tim Hodgkinson (K-Space). Samen met Alexander Saaya richtte hij Gen-Dos op, een ethno-rock formatie. Sinds 2004 doet Gendos vooral solo optredens en treedt veel op in Oost en West Europa. 

De solo optredens van Gendos zijn gebaseerd op traditionele Tuvaanse muziek en liederen en de sjamanistische rituele cultuur. Zijn concerten lijken meer op een zuiveringsritueel, dan op een gewoon concert. Hij weet de luisteraar te verrassen met zijn visie op de Tuvaanse muziek. En hij doet het met kennis een eer.
“Elk solo concert is een mysterie dat het publiek fascineert. De kracht die de optredens van Gendos uitdragen weerspiegelt Gendos’ sjamanen ziel en de schoonheid van de Tuvaanse liederen. Zijn archaïsche en oorspronkelijke manier van zingen hypnotiseert de luisteraars en vervult hen met zijn energie.”
Gendos zingt verschillende stijlen keelzang en bespeelt sjamanen trommel tungur, 3-snarige luit tosjpoeloer, citer chadagan, en ook een mondharp khomus.
De laatste CD van Gendos “Ham Dyt” is in 2006 uitgebracht in Polen.

 

(naar boven) (home)

 

Sainkho Namtchylak

“Tuva’s antwoord op Yoko Ono”, zo zou je, als je lui was, Sainkho Namtchylak, de extreme vocaliste, performance artieste en muzikale kameleon, kunnen omschrijven. Zijzelf geeft er de voorkeur aan zich ‘ eerst en vooral een vrouw van de steppe’ te noemen, ondanks het feit dat ze nu in Oostenrijk woont en haar hele carrière zich afspeelde buiten die afgelegen republiek in het centrum van Azië, waar zij in 1957 werd geboren. Ongeacht of zij in het Engels of Tuvaans zingt, of een non-verbale persoonlijkheid aanneemt uit een vrij te kiezen reeks, haar werk kan worden gezien als een indirecte, bitterzoete en soms zelfs perverse muzikale liefdesbrief aan haar geboorteland.
Sainkho groeide op in een geïsoleerd dorpje waar goud werd gewonnen, gedompeld in een cultuur waar muziek alom en onzelfbewust aanwezig was. Haar eerste muzikale inspiratie waren de slaapliedjes van haar nomadische grootmoeder. Haar non-conformistische karakter leverde problemen op bij haar eerste poging tot formele muzikale vorming aan een locale school, die haar ertoe bracht naar Moskou te verhuizen. Daar ontdekte zij improvisatie en bestudeerde zij zowel de Siberische lamaïstische- en sjamanistische tradities, als de Tuvaanse en Mongoolse boventoonzang. Na een periode met het door de staat gesponsorde folklore ensemble Sayani en de groep Tri-O begon zij in 1990 met haar solocarrière.
De onderlinge verbondenheid van natuur en spiritualiteit, urbane vervreemding en Boeddhistische filosofie doordringen de lyrische thema’s van haar werk, dat de grens tussen het droom- en nachtmerrieachtige bewandelt en doordrongen is van een gevoel van melancholie. Tuvaanse blues? Zeker, maar ook drum 'n' bass, ethno-jazz, electro, klassiek, dance en wereldmuziek, naast verschillende elementen van haar eigen wortels. Zij is geen purist als het aankomt op het verbinden van traditie aan avant-garde.
"Sommige mensen zien traditionele muziek als een steen uit de prehistorie; een archeoloog vindt het en wil het bewaren zoals het is. Maar andere mensen geloven echt dat muziek een stromende rivier”, verklaart zij in typisch poëtische stijl.
Sainkho heeft meer dan dertig albums op haar naam staan, waarvan vele uitzonderlijke coproducties.

"Out of Tuva" (Cramworld, 1993) bevat een aantal van haar vroegste en meest folkloristische opnamen, en op "Naked Spirit" (Amiata, 1999) staat een coproductie samen met de Armeense dudukspeler Djivan Gasparyan. "Stepmother City" (Ponderosa, 2000) is Sainkho’s meest toegankelijke werk, terwijl het minialbum "Time Out" (Ponderosa 2001) een aantal voorbeelden bevat van traditionele Tuvaanse liederen, maar ook excursies naar Afrikaanse ritmes. Dit motief wordt verder uitgewerkt door gebruik te maken van Lao Kouyate’s kora op haar meest recente publicatie "Who Stole The Sky?" (Ponderosa, 2003), dat zowel experimenteel als prachtig is.

Jon Lusk (courtesy of fRoots)

 

(naar boven) (home)

 

Gulzada Seitkhalin

Seikhaliin Gulzada werd geboren in Bayan-Ulgii in West Mongolië, een streek waar traditioneel veel Kazakhen wonen. Haar moeder Zyliman Sylataj kreeg het vak van textielbewerken van moeder op dochter overgegeven en was een van de vooraanstaande meesters op het gebied in de regio Bayan-Ulgii. Gulzada is in een artistieke omgeving opgegroeid en kreeg de vaardigheden van eeuwenoude Kazakhse toegepaste kunst met de paplepel ingegoten. Na haar middelbare school verhuisde zij naar Almaty voor haar verdere opleiding. Daar studeerde zij af aan de theaterfaculteit van het conservatorium. Gulzada heeft haar werkende leven gewijd aan het voortzetten en ontwikkelen van de Kazakhse toegepaste kunst. Haar werk omvat ‘tuskiiz’, geweefde wandkleden bewerken met behulp van ‘bez keste’ (een haakje) applicatietechniek. Deze techniek was al praktisch geheel verloren in Kazakhstan, maar de in Mongolië levende Kazakhse meesteressen op dit gebied maakten tot voor kort nog ruimschoots gebruik van deze arbeidsintensieve applicatiemethode die verbazingwekkend subtiel en fijn werk oplevert. Daarnaast maakt Gulzada gebruiksvoorwerpen voor in de Kazakhse yurt, voorwerpen van vilt en leer, souvenirs etc. Haar werk is meermaals tentoongesteld en wordt gebruikt voor installaties uitstallingen. Seikhaliin Gulzada is een voortreffelijk vertegenwoordigster van traditionele Kazakhse esthetiek.

(naar boven) (home)